Schaf artikel 23 af, een hypothese.

Artikel 23 van onze grondwet gaat over de financiering van het (al dan niet religieuze) bijzonder onderwijs. Stel we schaffen artikel 23 af. Alle scholen worden openbaar, niemand mag geweigerd worden en er is onderwijs over alle religies en wereldbeschouwingen. Wat zijn daarvan de gevolgen? Een hypothese:

Orthodoxe ouders en kerken zullen dan schoolverenigingen gaan vormen die ze zelf bekostigen waar ze de eigen identiteit en het eigen wereldbeeld uitdragen. Veel kinderen van orthodoxe ouders zullen naast het verplichte reguliere staatsonderwijs deze eigen scholen gaan volgen. Wie schiet hier nu eigenlijk wat mee op? De particuliere scholen kunnen niet worden gecontroleerd tenzij er sterke aanwijzingen zijn dat de wet wordt overtreden. De kans dat die aanwijzingen er zijn (of, als ze er al zijn, worden ontdekt) is niet zo groot. De segregatie wordt eerder meer dan minder. Waar door financiering nog enige richting gegeven kon worden aan het bijzonder onderwijs valt dat geheel weg in het geval van de privéschool.

Heeft de homoseksuele jongere hier wat aan? Nee, hij zal zich niet meer of minder vrij voelen op de privéschool dan nu op het bijzonder onderwijs. Maar, zal er gedacht worden, hij heeft nu tegenwicht want op de openbare school zal hij leren dat zijn geaardheid niets problematisch in zich heeft. Dat gaat niet werken: deze jongere krijgt zijn morele vorming in een totaalpakket. Hij is er mee opgevoed, hij hoort het in de kerk, hij hoort het van zijn vrienden en hij gaat het horen op de privéschool. Er is ironisch genoeg maar één bijzondere plek waar hij iets conflicterends zal horen: de openbare school. Nu zijn er kort door de bocht twee soorten jongeren. Type 1 denkt dat áls er op moreel gebied verschil is tussen de openbare en de privéschool, de privéschool het bij het rechte eind heeft. Type 2 denkt dat niet, maar type 2 zou op het bijzonder onderwijs ook de leerling zijn die grapjes maakt over de eigen identiteit en de boel wat opstookt tijdens de godsdienstles. Kortom, voor beide typen jongeren verandert er niet zoveel en de homoseksuele jongere heeft hier dan ook niet zo veel aan.

Laten we de hypothese even verder uitwerken, want gezien bovenstaande zal de buitenwacht niet zo tevreden zijn met het resultaat, we zijn al met al in de praktijk niet verder gekomen en hebben eerder de polarisatie wat opgestookt. Wat nu te doen? Nou, dat is niet zo ingewikkeld: je zorgt voor een verbod op particulier gefinancierd onderwijs. Kinderen krijgen dan alleen nog maar staatsonderwijs, wel zo veilig want dan kunnen ze niet meer met afwijkende meningen worden geconfronteerd. Nu ja, niet meer gaat wat ver, want we staan natuurlijk toe dat ze worden geconfronteerd met van staatswege uitgezochte afwijkende meningen. Die kunnen dan ook meteen van staatswege van positief of negatief commentaar worden voorzien. What’s next?

Het volgende probleem doemt op: op sommige openbare scholen, vooral op de biblebelt, maken de openbare leraren zich grote zorgen. Een substantieel deel van de leerlingen lijkt allerlei onacceptabele meningen te hebben, bijvoorbeeld over homoseksualiteit. Maar ook over abortus, dat mensen van nature zondig zijn en zo nog wat zaken. Dat blijken ze te leren thuis en in de kerk. Nu wordt het wel wat ingewikkeld, het schiet met die van boven opgelegde emancipatie allemaal niet echt op dus we moeten maar doorpakken om ze voor eens en voor altijd uit die achterlijke middeleeuwen te bevrijden. We moeten de kerkdiensten waar ze dingen beweren die we onacceptabel vinden maar gaan verbieden. Op die manier roeien we de afwijkende mening wel uit. Wat zal het een veilige utopie worden voor de homoseksuele jongere. Niet alleen moet hij zijn gevoelens leren kennen en een plaats geven terwijl hij volwassen aan het worden is, hij is ook nog eens boegbeeld van het gevecht tussen de staat en zijn eigen omgeving.

Mijn vraag aan de verachters van artikel 23. Stel, je schaft het bijzonder onderwijs af. Waar eindigt dan het verbieden en afschaffen? En waarom daar? En hoe liberaal is dit eigenlijk nog?

De zegetocht van de 20e-eeuwse Franse filosofie V. Henri Bergson, durée en het élan vital

Met de opkomst van natuurwetenschap gingen sommige filosofen op zoek naar een eigen plek voor de filosofie, een plek die niet gereduceerd kon worden tot natuurwetenschap. Zo’n plek zou bijvoorbeeld kunnen liggen in het bestuderen van directe en concrete ervaringen. Waar natuurwetenschap abstraheert en generaliseert zou filosofie dan het concrete en specifieke kunnen onderzoeken. Deze opvatting vond sterke bijval in het Franse spiritualisme en deze post gaat over haar grootste epigoon: Henri Bergson (1859-1941).

Lees verder De zegetocht van de 20e-eeuwse Franse filosofie V. Henri Bergson, durée en het élan vital

Hoe een matig boek tot interessante vragen kan leiden

Het paasfeest is het belangrijkste feest in de christelijke liturgie. Daar zijn talloze redenen voor te geven. Een wat banale reden kan zijn dat je verlost bent van het tegenvallende boekje dat je las om de veertigdagentijd wat meer verdieping te geven. Die laatste reden gaat dit jaar voor mij op.

Over het algemeen spreekt de Anglicaanse kerkopvatting me erg aan en de church of England brengt elk jaar een zogenaamd lentbook uit. Een boek dat specifiek bedoeld is om te lezen gedurende de veertigdagentijd. Dit jaar was dit ‘Saying yes to life’ van Ruth Valerio. Valerio omschrijft zichzelf als environmentalist and theologian, social activist and author. Ze is momenteel inhoudelijk directeur bij Tearfund. Lees verder Hoe een matig boek tot interessante vragen kan leiden

Crisis? Dan liever geen zakenkabinet

De coronacrisis laat ons helder zien dat politiek een vak apart is. Een crisissituatie is nooit uit onderhandeld in het regeerakkoord, dus het kabinet moet ad hoc pittige beslissingen nemen. In landen zoals Nederland laat het kabinet zich op het moment van crisis adviseren door de wetenschap. Voorstanders van een zakenkabinet zouden dat liever iets anders zien, die zouden liever de Wetenschap, of in sommige gevallen het Zakenleven op de stoel van die halfslachtige politici zien. De wetenschapper en de zakenman zijn immers de kenners van het werkelijke leven. Met hun voeten in de modder kennen ze de weerbarstige praktijk en zijn zodoende in staat adequaat leiding te geven op de momenten dat het er echt toe doet.

Momenteel is het alleen even lastig te achterhalen wat de wetenschap nu vindt van het aanpakken van een pandemie. De WHO adviseert ieder verdacht geval te testen. Het RIVM adviseert alleen risicogevallen te testen. Viroloog Ab Osterhaus adviseert een lockdown. Anne Wensing, een andere viroloog, is juist tevreden met hoe het nu gaat, zonder lockdown. Lees verder Crisis? Dan liever geen zakenkabinet

De zegetocht van de 20e-eeuwse Franse filosofie IV. Léon Brunschvicg en het universiteitsidealisme.

Voor de tweede wereldoorlog waren Bergson en Brunschvicg de meest invloedrijke filosofen in Frankrijk. Waar filosofen van de eerste nog wel eens gehoord hebben is Brunschvicg ondanks zijn grote invloed grotendeels in de vergetelheid geraakt. Dat is jammer, want in zijn filosofie zitten thema’s die later door onder andere de existentialisten opgepakt zouden worden.

Lees verder De zegetocht van de 20e-eeuwse Franse filosofie IV. Léon Brunschvicg en het universiteitsidealisme.

De zegetocht van de 20e-eeuwse Franse filosofie III. De invloed van het Franse onderwijssysteem

Eenieder die zich wel eens wat heeft verdiept in het Franse intellectuele leven zal zich wel eens hebben afgevraagd wat al die écoles normales, aggrégations en collèges precies inhouden. Voor een beter begrip van de Franse filosofie is het van groot belang goed op de hoogte te zijn van het zeer gecentraliseerde Franse onderwijssysteem. Tot voor de studentenrevolte van 1968 kwam het overgrote deel van de Franse filosofische elite van de École Normale Superieure (ENS). Ook na de hervormingen van ’68 is dit nog steeds voor een groot deel het geval. Al die filosofen kenden elkaar zodoende vrij goed en hadden precies hetzelfde onderwijs van precies dezelfde docenten gehad. In dit artikel zet ik uiteen hoe het Franse onderwijssysteem in elkaar steekt, ik spits dit toe op het onderwijs in filosofie.

Lees verder De zegetocht van de 20e-eeuwse Franse filosofie III. De invloed van het Franse onderwijssysteem

De zegetocht van de 20e-eeuwse Franse filosofie II. Opkomst van de wetenschapsfilosofie

In onze vorige post schetsten we het kader waarin de Franse academische filosofie zich bevond aan het begin van de 20e eeuw. Er was in literaire kringen nog wat enthousiasme voor het positivisme, maar in de academie was het het op Kant geënte idealisme en het door Biran geïnspireerde spiritualisme dat de klok sloeg. Rond deze tijd komt er een extra stroming op, die van de wetenschapsfilosofie. Ze ontwikkelt zich in Frankrijk in een isolement, ze valt niet tot een van de bovenstaande stromingen te rekenen en heeft op later moment ook weer te weinig verwantschap met de wetenschapsfilosofie zoals die zich onder invloed van de Wiener Kreis in de Angelsaksische landen zal ontwikkelen. De redenen voor dit isolement in Frankrijk en later ten opzichte van de Verenigde Staten zullen in dit artikel duidelijk worden.

Lees verder De zegetocht van de 20e-eeuwse Franse filosofie II. Opkomst van de wetenschapsfilosofie

De zegetocht van de 20e-eeuwse Franse filosofie I. Hoe het allemaal begon: positivisme, spiritualisme en idealisme.

De tweede helft van de 20e eeuw was een absoluut hoogtepunt voor de Franse filosofie. Jaar na jaar verschenen werken met grote invloed en was er een publieke cultuur vol filosofen van naam en faam. Een greep uit de namen in deze periode doet duizelen: Sartre, Camus, Merleau-Ponty, Levi-Strauss, Barthes, Lacan, Levinas, Ricoeur, Foucault, Lyotard, Derrida, Deleuze, Baudrillard, Girard. Die lijst kan nog langer, tot in het heden met bijvoorbeeld Badiou, Latour en Meillasoux. De meeste van deze figuren groeiden op en leerden filosofie in Parijs op de École Normale Supérieure. En over die periode gaat dit stuk: wat was de filosofische setting waarin de Fransen uit de jaren ’50 tot ’70 waren opgeleid?

Lees verder De zegetocht van de 20e-eeuwse Franse filosofie I. Hoe het allemaal begon: positivisme, spiritualisme en idealisme.

Radical Orthodoxy als reactie op postmoderne filosofie 2/2

Dit artikel is een vervolg op dit artikel, waar een uiteenzetting van radical orthodoxy werd gegeven. Dit artikel plaatst radical orthodoxy te midden van enkele andere theologische stromingen en gaat een paar kritieken op radical orthodoxy na.
Smith wil nu de relatie van het project van radical orthodoxy ten opzichte van andere theologische projecten laten zien. Dit doet hij aan de hand van de geboorteplaatsen van verschillende theologische stromingen:

Lees verder Radical Orthodoxy als reactie op postmoderne filosofie 2/2

Radical Orthodoxy als reactie op postmoderne filosofie 1/2

In orthodox-christelijke hoek klinkt met enige regelmaat slecht onderbouwde kritiek op ‘het postmodernisme’, zie bijvoorbeeld hier, hier en hier. De huiver voor het postmodernisme is blijkbaar groot. Tegelijk is er de hoop dat het einde van het postmodernisme nabij is zodat we, zo lijkt het, op oude voet verder kunnen. Daarbij wordt zelden overwogen dat het postmodernisme wellicht op bepaalde punten gelijk zou kunnen hebben en dat confrontatie tussen christendom en postmodernisme zou kunnen wijzen op moderne krachten in het christendom. Krachten die dus veel meer modern dan christelijk van aard zijn. Het kan ook anders. Er zijn ook orthodox-christelijke bewegingen die terdege kennis nemen van het postmodernisme om er vervolgens diepgaand op te reageren. Een zo’n beweging wordt aangeduid met radical orthodoxy. Een groep Britse theologen (vooral Milbank, Ward en Pickstock begon in de jaren ’90 aan die reflectie op het postmoderne denken. Deze post zet het project van radical orthodoxy uiteen. Ik baseer me hierin vooral op Smiths introductie van radical orthodoxy (IRO). Een volgende post zal radical orthodoxy vergelijken met een aantal andere theologische stromingen.

Lees verder Radical Orthodoxy als reactie op postmoderne filosofie 1/2